Vingertje
- Feb 17
- 3 min read

We leven in een tijd waarin macht in internationale verhoudingen zwaarder lijkt te wegen dan menselijk fatsoen of mededogen. Europa wordt door grootmachten vaak gezien als het invalide zusje in de familie. Economisch en militair is het bij lange na geen VS, China, of India. Het meisje moet daarom stilletjes achterin zitten en haar mond houden. Niemand merkt het op als zij haar vinger opsteekt.
Op één terrein heeft Europa nog een bijzondere troef: chipmaker ASML is een sleutelspeler. Zonder zijn vernuftige machines stokt de groei van de rekenkracht waar AI op draait. In het nieuwe geopolitieke spel is technologie niet alleen motor van groei, maar ook drukmiddel. Dat kan Europa gebruiken. Net als regulering.
Vanuit het machtsdenken wordt in de VS neergekeken op Europa’s regelzucht. In Silicon Valley praat men over “move fast and break things”. In Brussel spreekt men liever over “move carefully and regulate things”. Regels zijn niet alleen rem, maar ook grens en baken. Wie de norm mag zetten, oefent macht uit ver buiten de eigen grenzen. De instelling van de Autoriteit Persoonsgegevens liet dat zien: bedrijven wereldwijd pasten hun privacybeleid aan omdat de Europese markt te groot is om te negeren.
Nu herhaalt die spanning zich rond de AI Act en de Digital Services Act. Vanuit de Verenigde Staten klinkt het woord “censuur”: Europa zou “ware informatie en politieke meningsuiting” met deze wetgeving onderdrukken. Intussen hebben platforms als X jarenlang verdiend aan haat en desinformatie, met minimale beperkingen, en nu krijgen ze eindelijk Europese regels opgelegd: transparantie over algoritmes, meldpunten, moderatie, en boetes als je niet wilt luisteren. Dat is geen moreel vingertje, dat is noodzakelijke en legitieme machtsuitoefening.
Het woord “censuur” klinkt goed in Amerikaanse talkshows, maar is hier misleidend. Klassieke censuur is dat een overheid meningen of ideeën onderdrukt. De AI Act en de DSA proberen vooral grenzen te stellen aan wat je met algoritmes, data en marktmacht mag doen als je op de Europese markt actief wilt zijn. Geen geheime zwarte lijst met verboden gedachten, maar spelregels voor wie winst wil maken in een rechtsstaat. Die regels zijn niet perfect: techniek schrijdt sneller voort dan artikelen kunnen worden aangepast. De kernvraag is echter niet of elke komma ideaal is. De kernvraag is of je als samenleving bereid bent grenzen te stellen aan technologie en macht, ook als dat economische kansen kost. Dat is geen censuur, dat is een keuze over wat je fatsoenlijk vindt.
En tegelijk een poging om wereldwijd de norm te zetten: als je bij ons zaken wilt doen, gelden deze spelregels. Juist daarom reageren sommige Amerikaanse politici zo fel. Als Eurocommissarissen en Europese toezichthouders in de VS reisbeperkingen of persoonlijke aanvallen over zich heen krijgen omdat ze Big Tech durven te reguleren, is dat geen academisch meningsverschil meer, maar pure intimidatie.
Europa heeft in deze discussie minder tanks en raketten, maar nog altijd iets dat anderen benijden: een combinatie van rechtsstaat, privacybescherming en een traditie van regulering die de zwakste partij niet uitlevert aan de sterkste. De vraag is of Europa dat durft te zien als geschikt machtsinstrument, of zichzelf blijft zien als ietwat deerniswekkende moralistische scheidsrechter langs de zijlijn. Wie alleen praat over “gemiste kansen” en “achterstand op de VS” vergeet dat regels óók geopolitiek zijn.
De inzet van de AI Act en de DSA is niet “wat mag een chatbot?”, maar “welke wereld willen we dat deze technologie helpt bouwen en wie bepaalt daar de spelregels voor?” Zoals in corporate governance bescherm je ook hier de gemeenschap door een balans tussen macht en tegenmacht. De vraag is dus niet of Europa te streng is, maar of we het ons kunnen veroorloven géén grenzen te stellen en het speelveld te laten beheersen door wie de grootste servers en de meeste lobbyisten heeft. Het antwoord is niet moeilijk.
Dat grotere decor is relevant, maar voor de commissaris keert de vraag uiteindelijk altijd terug naar de eigen tafel. Hoe hoog de geopolitieke spanning ook oploopt en hoe ambitieus de regelgeving ook wordt, in de praktijk begint goed toezicht nog steeds met iets heel eenvoudigs: de vragen die wel of niet worden gesteld.
___
Meer weten over corporate governance? Neem een kijkje op onze events pagina!

Comments