Lunch

Giften komen uit het hart. Echt waar? Als jij je vriend al drie jaar lang telkens een mooi cadeau geeft op zijn verjaardag en hij vergeet jouw verjaardag stelselmatig, hoe lang ga je dan nog door? Als je nooit een presentje meeneemt als je ergens op bezoek gaat voor een etentje, en de gastheer/-vrouw ook nooit uitnodigt voor een bezoek bij jou thuis, dan is het snel gedaan met de uitnodigingen. ‘Voor wat hoort wat’ is sociaal gezien dus niet abnormaal en ook niet per se moreel verwerpelijk.


Het verrichten van diensten en het geven van geschenken werkt in veel culturen ook als een vorm van bescherming kopen. Het bieden van gastvrijheid aan vreemdelingen is daarvan een voorbeeld. Als het in jouw cultuur normaal is om ook ongenode gasten goed te eten te geven, dan mag ook jij verwachten dat op een gegeven moment (als je het nodig hebt) een goede maaltijd onderweg klaarstaat. Het zijn gebaren die met een glimlach en onverplicht worden gegeven, maar die in de long run worden terugbetaald en daarmee een vorm van zekerheid geven. ‘There is not so much as a free lunch’.


In de wereld van ‘good governance’ is ‘voor wat hoort wat’ uit den boze. Een voor de hand liggende oplossing lijkt transparantie. Vandaar dat je op de website van de Tweede Kamer in Nederland lange lijsten ziet. Ik heb die van 22 september 2022 geraadpleegd. Er staan vele duizenden items op. Cadeautjes die parlementsleden bij de uitoefening van hun werk hebben gekregen. Een Grote Bosatlas, gegeven aan Thierry Aartsen (VVD), een CO2 kanarie (?), gegeven aan Fleur Agema (PVV), een plak chocola, gegeven aan Joba van den Berg (CDA) en ga zo maar door. Volslagen ridicuul. Dit heeft geen enkele materiële betekenis. Hetzelfde geldt voor de meeste gedragscodes en klokkenluidersregelingen in organisaties. Zolang je niet diepgaand ingaat op de mechanismen en de cultuur die het gedrag beheersen wat je onder controle wilt brengen, sla je altijd de plank volledig mis. De minder zichtbare ‘diensten’ komen namelijk niet voor op de lijsten van de Tweede Kamer. Die lijsten zijn dus een vorm van nep-integriteit. Ze verhullen een juist beeld van wat er werkelijk gebeurt. Afspraken bijvoorbeeld waarbij goedkeuring van de een bij een bepaald dossier, goedkeuring impliceert van de ander in diens dossier. Die blijven onzichtbaar. De ene hand wast de andere.


Ook in een ander opzicht speelt zich het werkelijke ‘voor wat hoort wat’ in organisaties zich op een veel minder zichtbaar vlak af. In elke organisatie is het creëren van een groepsgevoel over en weer heel belangrijk. Een zekere mate van onderling begrip en sympathie is een noodzakelijke voorwaarde om zaken met elkaar te willen doen. Je koopt niet iets van een persoon die je niet vertrouwt. Er moet een soort van minimale ‘klik’ zijn. Je moet met elkaar ergens om kunnen lachen. Je moet onderling een zekere overtuiging voelen om zakelijk bij elkaar betrokken te raken. En ja, daarvoor is een lunch heel geschikt. Of een aardig gebaar. En dat vraagt weer om een tegengebaar. Zonder dat het om cadeaus gaat, krijg je dan toch een soort van afhankelijkheid. Die is nodig om alles goed te laten draaien.


We zitten dus met zijn allen in een spagaat. Juist het gedrag dat onwenselijk lijkt (‘voor wat hoort wat’), lijkt noodzakelijk voor normaal menselijk en ook zakelijk verkeer. Commissarissen zitten in de dezelfde spagaat. Als zij het bestuur niet vertrouwen, dan loopt alles gegarandeerd mis. Vertrouwen moet dus, maar als het alleen maar ouwe jongens krentenbrood is, dan kan je je toezichthoudende functie ook niet waarmaken. Hoe lossen we dat op? Ga daarover het gesprek aan. Een goede lunch doet wonderen.