Bijl

Een boete van meer dan een half miljard euro is niet meer extreem hoog als een bank zijn compliance onvoldoende op orde heeft. Medio april was het de beurt aan ABN AMRO. De bank trad, niet geheel onverwacht, in de criminele voetsporen van ING (bijna een miljard euro boete) en van vele andere (buitenlandse) banken.


Als recordhouder met een totaal van vele miljarden aan opgelegde en betaalde boetes, prijkt op de eerste plaats van de hitlist van de financiële toezichthouders en de openbaar ministeries nog steeds de ooit prestigieuze Deutsche Bank. Niets nieuws onder de zon dus.


Wel nieuw lijkt de hardere aanpak van de topmensen in die banken. Van enkele voormalige ministers, onder wie ABN AMRO bestuursvoorzitter en ex (‘Euro’-)minister Gerrit Zalm, is met dit zoveelste schandaal in de bankwereld hun ooit vlekkeloze reputatie aan flinters geslagen. Een functie ergens anders in de financiële sector wordt lastig. Bij een veroordeling kunnen ze die wel vergeten. Ze mogen blij zijn als ze er met een persoonlijke boete vanaf komen.


Het misdrijf waarvan ze mogelijk verdacht worden lijkt op het eerste gezicht nogal onschuldig: niet goed opletten en een te lakse houding ten aanzien van verdachte financiële transacties. Niet lang geleden kwam je daar als topfunctionaris in een bank nog wel mee weg. Het volstond voor de desbetreffende topman te benadrukken dat men dit niet had geweten. Er zou ogenblikkelijk orde op zaken worden gesteld in de lagere regionen. Die vlieger gaat nu niet meer op. ‘Ich habe es nicht gewusst’, daar trapt niemand meer in, niet bij een bestuurder van een bank en óók niet als het een commissaris betreft.


Dit zijn signalen van interessante ontwikkelingen. Commissarissen zijn immers niet verantwoordelijk voor het beleid. Ze zijn verantwoordelijk voor het bewaken van de kwaliteit van het beleid. Het ethisch en sociaal-maatschappelijk gehalte van het bestuur hoort daar nu dus uitdrukkelijk bij. Die elementen maken deel uit van de effectiviteit van de compliance van banken met wet- en regelgeving. Voor bankiers en interne toezichthouders (commissarissen) van die bankiers en eigenlijk voor de hele financiële wereld is dat lastig. Zij zijn van oudsher gewend om vooral naar cijfers te kijken. Zolang de bank minder kosten en meer winst maakt, staan alle lichten voor de commissarissen en de aandeelhouders op groen. Als hervormingsmaatregelen in de bank leiden tot nog meer winst, mogen ze van de besturen en raden van commissarissen best extra geld kosten. Het doet echter (financiële) pijn om winst te verminderen puur om de samenleving te helpen om witwassen en financiering van terrorisme tegen te gaan. Daar is de bank toch niet voor? De bank levert toch gewoon neutrale financiële dienstverlening? Geld is geld. Nee dus.


De positie van banken is aldus vergelijkbaar met die van sigarettenfabrikanten. Die zeggen ook dat het probleem niet bij hun product ligt. Maar bij het onverantwoorde gebruik ervan. En daarvoor is niet de leverancier van het product verantwoordelijk, maar de gebruiker. Het is ook te vergelijken met een autofabrikant die zich niet verantwoordelijk acht voor het ongeluk dat een roekeloze automobilist met zijn product veroorzaakt. Toch gaat die vlieger niet op. Auto’s zijn onder invloed van de externe toezichthouders en veranderende opvattingen in de samenleving veiliger geworden. Als je tegenwoordig een auto fabriceert die veiliger had gekund, en als met die auto door een veiligheidsgebrek ongelukken, ook door dwazen, worden veroorzaakt, dan word je daar als fabrikant op aangesproken. Precies hetzelfde gebeurt nu met de banken. Je kunt niet ongestraft doorgaan met het verschaffen van gelegenheid tot het witwassen van geld. Je krijgt dan als bank niet alleen een boete, maar de bijl van justitie doet ook ooit respectabele en gerenommeerde koppen rollen.